'Profaan hergebruik van leegstaande kerkgebouwen is geen regelrecht taboe'

Het Jaar van het Religieus Erfgoed ligt inmiddels achter ons. In dit jaar (2008) werd een landelijke campagne gevoerd om de aandacht van het publiek te winnen voor kerken en kloosters die als gevolg van de ontkerkelijking leeg staan.

Door Herman Wesselink

Ging het de afgelopen decennia nog om enkele tientallen kerken per jaar, in de komende tien jaar zullen 1000 tot 1200 van de 4500 kerkgebouwen hun functie voor de eredienst verliezen. Ook is de verwachting dat er meer voor herbestemming dan voor sloop zal worden gekozen. Een mogelijke reden hiervan is dat een toenemend aantal kerken wegens de status als monument niet gesloopt kan worden. Ongeveer tweeduizend kerken zijn rijksmonument, een aantal dat in de toekomst mogelijk nog licht zal stijgen.

Herbestemming van kerkgebouwen ligt gevoelig, omdat zowel het monumentale karakter als de sacrale waardigheid eronder lijden. Dit geldt in het bijzonder voor rooms-katholieke kerken. Vaak ging een kerkgebouw de markt op en kreeg het een commerciële functie, bijvoorbeeld als supermarkt. Protestantse kerkgebouwen zijn in tegenstelling tot rooms-katholieke kerkgebouwen niet gewijd, maar herbestemming ligt vaak even gevoelig. Beide kerkgenootschappen, PKN en RKK, hebben beleidsregels inzake herbestemming opgesteld.

Boekhandel
Maar in welke opzichten is profaan hergebruik van kerkgebouwen daadwerkelijk ongepast? Recentere gevallen van herbestemming laten zien dat hergebruik niet alleen architectonisch waardevolle en belangrijke kerkgebouwen voor de slopershamer behoed. Het gebouw kan ook uitermate geschikt blijken voor een maatschappelijke functie in een veranderende omgeving.

De herbestemming van de hervormde Julianakerk in Den Haag (bouwjaar 1925) heeft dit aangetoond. De kerk is nu een multifunctioneel wijkcentrum in de etnisch gevarieerde Transvaalbuurt. De dertiende-eeuwse Dominicanenkerk in Maastricht herbergt sinds een paar jaar een boekhandel, tot volle tevredenheid. Een ander voorbeeld is een zorgcentrum in de voormalige Sint Leonarduskerk in Helmond uit 1940. Enerzijds beantwoordt deze nieuwe functie aan een actuele behoefte, anderzijds is het gebouw het middelpunt van de wijk gebleven.

Sloop
De aard van herbestemming heeft grenzen. De nieuwe functie kan het beste sociaal, cultureel of maatschappelijk zijn, ten dienste van buurt of omgeving. De kerk als zodanig vervulde immers ook een dergelijke functie. Zo komt niet alleen het gebouw in zijn monumentale gedaante beter tot zijn recht, maar waarborgt het ook de cultuur-historische continuïteit van de locatie. Sloop van beeldbepalende kerkgebouwen is daarom onwenselijk.

Maar niet elke kerk kan behouden blijven, reden te meer een weloverwogen beleid te ontwikkelen voor de gebouwen die in de nabije toekomst aan de eredienst worden onttrokken. Lokale factoren en marktwerking zijn hierbij van invloed op de haalbaarheid van een nieuwe bestemming. Hamvraag is dan wat het zwaarste moet wegen? Behoud van beeldbepalende kerkgebouwen door middel van herbestemming? Of strikte scheiding tussen gepast kerkelijk en ongepast profaan gebruik? Met sloop wordt een zware wissel op de toekomst getrokken: weg is weg. Hergebruik is omkeerbaar.

Herman Wesselink (1978) is architectuurhistoricus. Hij doet onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor protestant.nu schrijft hij over actuele zaken betreffende kerkgebouwen en religieus erfgoed.


(25 september 2009)

Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.