'Protestantse kerken zijn niet kaal'

Kunstschilder Henk Helmantel, bekend van zijn stillevens en protestantse kerkinterieurs in realistische stijl, hoort vaak van mensen dat ze diep worden getroffen door de rust die zijn doeken uitstralen, vertelt hij in Trouw. De onlangs overleden architectuurhistoricus Bert van Swigchem was een leven lang geraakt door de schoonheid en eenvoud die hij in protestantse godshuizen vond. Herman Wesselink schrijft een eerbetoon aan deze markante geleerde.

Door Herman Wesselink

Hij gold als gezaghebbend hoogleraar en architectuurhistoricus, gespecialiseerd in protestantse kerkbouw en monumentenzorg: prof. dr. Cornelis Albertus (Bert) van Swigchem. Al enige tijd was hij niet meer actief op het wetenschappelijke toneel; op 20 februari 2010 overleed hij. Een indrukwekkend archief blijft achter, dat naast publicaties vooral veel beeldmateriaal van Nederlandse protestantse kerkgebouwen uit de periode tot 1800 bevat.

Wat was Bert van Swigchem voor persoon? Ik heb hem zelf niet gekend, maar een familielid van mij, naar wie ik ben genoemd, was hecht met hem bevriend. Van Swigchem studeerde ooit af als jurist, maar kreeg al gauw een heel ander verlangen: de historische wetenschappen boeiden hem veel meer. Halverwege de jaren vijftig studeerde hij cum laude af in de Geschiedenis. In 1965 promoveerde hij wederom cum laude op het werk van de Amsterdamse stadsbouwmeester Abraham van der Hart (1747-1820). Hij was een trouw lid van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Ruimte
Zijn gereformeerde afkomst en voorliefde voor oude kerken en monumenten waren aanleiding om vooral over protestantse kerkgebouwen te publiceren. Hij schreef in 1966 het boek Afbraak of restauratie. Monumentenzorg in Nederland en in 1984 Een huis voor het Woord. Het protestantse kerkinterieur tot 1900. Uit deze publicaties blijkt dat hij oog had voor de historische continuïteit in samenhang met de eenvoud van protestantse kerkinterieurs. Daarbij kon hij zich kritisch uitlaten over veranderingen volgens de smaak van de tijd. 'Van wezenlijk belang is in zo'n geval dat de architect die vernieuwt of toevoegt, gevoel heeft voor de ruimte', zo stelt hij in Een huis voor het Woord.

Ook toonde hij respect voor de oorspronkelijke inrichting en decoratie van middeleeuwse kerken die door de protestanten zijn ingenomen. Verder uitte hij kritiek op restauraties in het verleden die volgens hem het wezenlijke karakter van het gebouw hebben aangetast. Waarom zou een zeventiende-eeuws onderdeel aan een kerk ongedaan gemaakt moeten worden door toevoeging van een kopie of een interpretatie van de vermeende oorspronkelijke situatie?

Koorhek
Protestantse kerkinterieurs zijn alles behalve kaal, aldus Van Swigchem. Juist overblijfselen van de oude liturgie uit de Middeleeuwen, zoals koorbanken of een koorhek, konden goed ingepast worden in de kerkinrichting uit de vroege Reformatie, op voorwaarde dat de betekenis ervan niet in strijd was met de gereformeerde opvattingen.

Van Swigchem kon zich dus kritisch uitlaten over veranderingen volgens de smaak van de tijd. Het zou kunnen dat hij de kerkzuiveringen tijdens de Reformatie dus afgekeurd zou hebben als hij toen had geleefd. Die hebben een duidelijk spoor achtergelaten dat nu inderdaad onuitwisbaar is geworden. Maar elke verandering is er een volgens de smaak van de tijd. Dat geldt zowel voor die van de Reformatie als voor de door hem bekritiseerde restauraties uit de negentiende eeuw en die van vandaag. Alle restauraties zijn een product van hun tijdgeest. Over het algemeen wordt vandaag de dag terughoudend gerestaureerd, waarmee Van Swigchem vrede zou hebben gehad.

Eenvoud
Zijn grote kracht moet zijn hang naar eenvoud zijn geweest. Ondanks zijn voorliefde voor het gedicht Ego flos van Guido Gezelle verscheen de laatste strofe van dit gedicht op zijn nadrukkelijk verzoek niet op de rouwkaart. Bert van Swigchem is niet meer. Zijn indrukwekkende archief is bij het Historisch Documentatiecentrum van de Vrije Universiteit in goede handen. Het is nu de taak voor nieuwe generaties historici om zijn rijke werk te koesteren en door te geven, opdat de herinnering aan Van Swigchem en zijn werk levend wordt gehouden.

Herman Wesselink (1978) is architectuurhistoricus. Hij doet onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor protestant.nu schrijft hij over actuele zaken betreffende kerkgebouwen en religieus erfgoed.

(26 april 2010)

Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.