De gereformeerde kathedralen van Egbert Reitsma

Hij behoort tot de belangrijkste gereformeerde kerkenbouwers van de vorige eeuw, architect Egbert Reitsma (1892-1976). Zijn kerkgebouwen, vooral die uit de jaren twintig, vallen op door een expressieve en sculpturale vormgeving en zijn verrassend door hun detaillering en symboliek. Een lofzang op de "gereformeerde kathedralen" van de bijzondere protestantse architect.

Door Herman Wesselink 

Reitsma werd in 1892 geboren in het Groningse Ulrum. Net als vele toonaangevende architecten kwam hij uit een geslacht van architecten en aannemers en leerde het vak op ambachtelijke wijze. Tijdens zijn studie en eerste jaren als architect kwam hij in aanraking met de moderne stromingen in de kunsten die zich rond 1900 inzetten. In Rotterdam werkte hij een tijdje bij Willem Kromhout. Rond 1920 keerde hij terug naar Groningen en kwam hij aldaar in aanraking met de moderne kunstenaarsvereniging De Ploeg. Toen kwam hij ook in aanraking met de bouwkunst van de Amsterdamse School.

In dezelfde periode bouwde hij zijn eerste kerken. Het daagde hem uit de bestaande liturgische opvattingen van Abraham Kuyper en de gereformeerde kerkbouwtraditie te verzoenen met een vernieuwende vormgeving, binnen de tijdgeest van de jaren twintig. En dat had resultaat: zijn vandaag nog resterende kerken getuigen van een tijdloze moderniteit en expressie die niet eerder binnen de Nederlandse, protestantse kerkbouw voorkwamen.


Paraboolvorm
De kerk in Kollum (1925) was zijn eerste belangrijke werk. Hierin zien we de traditionele, gereformeerde opzet (centraalbouw in de vorm van een Grieks kruis) en indeling, vertaald in moderne vormen, materiaalgebruik en decoratie. Het kleurige plafond doet denken aan dat van een bioscoop. Vervolgens bouwde hij kerken in Renkum (1927) en Weesp (1928). Vooral de laatstgenoemde kerk was in zijn oeuvre een doorbraak. In het interieur domineerde de paraboolvorm. De lichtinval kwam via het dak, door lichtstraten van glas-in-lood in het paraboolvormige gewelf. De ruimtewerking, waarin bankenplan, kansel en orgel volgens de opvattingen van Kuyper, maar dwars op de lengte-as werden ingepast, was verrassend. Helaas ging deze kerk door een brand in 1968 verloren.

Andijk
Mede daardoor is zijn kerk in Andijk uit 1930, qua sculpturale vormgeving soortgelijk als die in Weesp en daarom nu ook wel 'gereformeerde kathedraal' genoemd, momenteel zijn belangrijkste werk. Reitsma zag deze kerk al na de bouw als zijn hoofdwerk. Het exterieur wordt gekenmerkt door een haast onbeperkte en ongeëvenaarde toepassing van sculpturale vormen. De totale compositie van kerkzaal, toren, pastorie en kosterswoning is asymmetrisch. Evenals bij zijn andere kerken is het exterieur afgewerkt met hardgebakken, kromgetrokken bakstenen. Ook hier domineert in het interieur het paraboolvormige gewelf. De kleurige, geometrische patronen op het gewelf en in de glas-in-loodramen tonen invloed van De Ploeg.

Bloembollenkwekers
Kritiek bleef dit gebouw niet gespaard: het kleurenpalet werd te uitbundig gevonden en volgens sommige ingewijden ging de symboliek van de glas-in-loodramen, verwijzend naar de handel, techniek, landbouw en scheepvaart, de gereformeerde opvattingen te buiten. De kerk van Andijk, waarvan de monumentale vormgeving door de ruime financiële middelen van de bloembollenboeren in de gemeente mogelijk werd gemaakt, was Reitsma's laatste kerk die een dergelijke expressieve en sculpturale vorm had. Na 1930 bouwde hij, mede ingegeven door de sobere opvattingen van zijn latere opdrachtgevers en de crisistijd, veel eenvoudiger en met bescheidener middelen.

Bijna een eeuw later staat het werk van Reitsma in de belangstelling. Zijn kerken zijn, volgens de kunstopvattingen van de architect en de tijdsgeest van het begin van de vorige eeuw, monumentaal en sculpturaal van vorm. Maar wie goed kijkt, herkent de hoofdlijnen van de plattegrond en opzet die geheel beantwoorden aan de gereformeerde traditie en Kuypers liturgische opvattingen. Door het ontbreken van een overdaad aan vormen en kleuren vindt de kerkganger rust en wordt zijn aandacht op het Woord gericht. Zo had Reitsma het ook bedoeld.

Herman Wesselink (1978) is architectuurhistoricus. Hij doet onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor protestant.nu schrijft hij over actuele zaken betreffende kerkgebouwen en religieus erfgoed.

(15 augustus 2011)



Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.