Een Le Corbusier onder de gereformeerden: W. Ingwersen

De beroemde kapel Notre Dame du Haut in het Franse Ronchamp uit 1954, ontworpen door Le Corbusier, is één van de belangrijkste schakels naar vernieuwing in de kerkbouw vlak na de Tweede Wereldoorlog. Hoe is die invloed van Le Corbusier terug te zien in Nederland? Columnist Herman Wesselink gaat op zoek.

Door Herman Wesselink

Le Corbusier liet zich bij zijn ontwerp van de Notre Dame du Haut inspireren door wezenlijke elementen uit de natuur, zoals licht, en door de bestaande landschappelijke context. Dankzij het gebruik van gewapend beton ontstond een voor die tijd heel ongewoon gebouw: een sculptuur die lijkt te zijn gekneed naar een evenbeeld van de patrones, de Heilige Maagd Maria.

De invloed van Le Corbusiers kapel op de naoorlogse kerkbouw reikte tot over landsgrenzen. Zowel onder rooms-katholieke als protestantse bouwmeesters ontstond inspiratie. Ook onder Nederlandse. Eén van de opmerkelijkste gereformeerde architecten die gedurende zijn hele carrière de invloed van Le Corbusier meedroeg, was Wouter Ingwersen. Ingwersen werkte tussen circa 1955 en 1990. De invloed van Le Corbusier vinden we zowel in zijn kerken als in zijn profane gebouwen terug. 

Verburgerlijkt

Een aantal kerken ontwierp hij in samenwerking met C. van der Bom. Ingwersen ontwikkelde naar het voorbeeld van Le Corbusier een uitgesproken moderne stijl die bewust afweek van zowel het traditionalisme als het ultramonotone functionalisme. Laatstgenoemde stroming vond hij te veel verburgerlijkt. Die kritiek uitte Ingwersen ook op de protestantse kerkbouw van zijn tijd. Ingwersen paste bij zijn kerkbouw daarentegen een duidelijke symboliek toe, uitzonderlijk in de gereformeerde kerkbouw van de jaren ’60, en vergelijkbaar met de werkwijze van Le Corbusier.

“Een juiste symbolische zingeving zal aan het kerkgebouw een meerwaarde geven in vergelijking met de utiliteitsgebouwen, waardoor een kerkgebouw zijn eigen karakter blijft houden”, zo citeerde hij in 1961. De passage uit de Bijbel “Het zichtbare is tijdelijk en het onzichtbare eeuwig” (2 Cor. 4,18) stelde hem voor de uitdaging iets ongewoons te ontwerpen. Ofwel de dingen die men ziet zijn een onderdeel van het verborgene of het geheim. 

Kunst

Dat wat men niet ziet, maar wel ervaart, keert terug in Ingwersens kerkgebouwen. Het zijn spannende sculpturen met onverwachte hoeken, raampartijen, hoogteverschillen, dynamische lichtinval en dakvormen. Vanuit elke kijkrichting ogen ze weer anders. Net als Le Corbusiers kapel, maar dan vertaald naar een gereformeerde signatuur. Veel van zijn kerkgebouwen staan er nog, zoals in Nijmegen (Maranatha), Alphen aan den Rijn (Goede Herder), Heerenveen (Sion), Alkmaar (Vrijheidskerk), Haarlem (Pelgrimkerk) en Waalwijk. Zijn kerkje in het Drentse Vries is enkele jaren geleden gesloopt.

De kerken van Ingwersen nemen niet alleen een unieke plaats in de gereformeerde kerkbouw van de jaren ’60 in, ook zijn zij van binnen voorzien van kunst. Dat klinkt vreemd, maar kunst in gereformeerde kerken komt vaker voor dan menigeen denkt. De meeste kerken van Ingwersen hebben naast het liturgisch centrum een groot glas-in-loodraam. Een eeuwenoude traditie van kerkelijke kunst dringt binnen bij de gereformeerden. Het glas-in-loodraam fungeert hier niet als een “biblia pauperum”, zoals in de middeleeuwen het geval was, maar zorgt voor een fysieke en mentale afbakening tussen binnen en buiten: de kerkganger houdt zijn aandacht bij het Woord.

Herman Wesselink (1978) is architectuurhistoricus en promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor Protestant.nu schrijft hij over actuele zaken betreffende religieus erfgoed.

Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.