Tendens tot soberheid Rooms-katholieke kerk goed gebaar

Het is een fraai staaltje van Hollandse barok, heeft een gevel die maar liefst vijf ramen breed is en zou aan de Amsterdamse Gouden Bocht niet misstaan: het statige achttiende-eeuwse patriciërshuis aan de Nieuwe Gracht in Haarlem.

Door Herman Wesselink

Sinds 1853 hebben de Haarlemse bisschoppen in dit bisschoppelijk paleis gewoond. Vorige week werd bekend dat aan dat tijdperk binnenkort een einde komt. De huidige bisschop Mgr. Jos Punt vindt het in deze tijden van crisis niet gepast om in het weelderige pand te blijven wonen. Hij verhuist naar de plebanie naast de St. Bavokathedraal. Ook dat is een statig pand, maar minder weelderig. Het bisschoppelijk paleis wordt omgebouwd tot viersterrenhotel.
Dezelfde bisschop heeft afgelopen winter drie weken in een Spaanse grot gebivakkeerd. Dit leek al een voorzichtige voorbode naar meer matigheid. Matigheid is één van de zeven christelijke en één van de vier kardinale deugden. In een grot is een mens compleet overgeleverd aan de natuur. De bisschop zei te ervaren dichter bij God te zijn. Op hetzelfde moment gaf paus Benedictus XVI aan te willen aftreden, terwijl de bliksem letterlijk in de Sint Pieter sloeg. Het was alsof er een nieuwe tijd aanbrak, een tijd waarin soberheid troef zal zijn.
In de Rooms-katholieke kerk vernemen wij thans een tendens tot soberheid. Het belangrijkste symbool daarvan is de huidige paus Franciscus. Na zijn aantreden nam hij diverse maatregelen tot een sobere leefstijl waarmee de kerk haar bescheiden positie in de samenleving geloofwaardig wil tonen. Niet voor niets koos hij ervoor de naam van de volksheilige uit Assisi te dragen uit eerbetoon voor de armen en bovendien verkoos hij toen hij aartsbisschop van Buenos Aires was een eenvoudig appartement in plaats van een paleis als residentie. Het contrast met zijn voorganger Benedictus XVI is groot. 

Weelde
Oproepen tot matigheid en soberheid lijkt van alle tijden in de kerk. De kerk was in haar eerste begin sober. Jezus en zijn leerlingen begonnen met niets. De eerste eeuwen van christendom werden gekenmerkt door soberheid. Ook toen het christendom in de vierde eeuw een staatsgodsdienst werd en de kerk zich ontwikkelde tot een instituut. De hoogtijdagen van de kerk kennen wij allemaal, die liepen grofweg van de dertiende tot en met de zestiende eeuw. In die tijd, maar ook in de eeuwen daarna, manifesteerde de kerk zich als instituut dat uiting van weelde niet schuwde. Maar grootsheid en weelde zijn iets anders dan geloofwaardigheid.
De tendens tot soberheid is een juist middel om een instituut dat meer naar de marges van de samenleving is verdreven zichtbaar te houden binnen diezelfde samenleving. Door alle negatieve publiciteit over de kerk wordt wel eens vergeten waarvoor zij staat: het uitdragen van het evangelie uit naastenliefde, gerechtigheid en vergeving. Zolang de kerk deze christelijke kernwaarden op bescheiden wijze uitdraagt, heeft zij kans haar geloofwaardigheid vast te houden. De huidige paus en zijn volgers hebben die stappen voortgezet. Het is afwachten wat dit voor de positie van de kerk in de wereld en in het bijzonder in Europa zal betekenen, maar ik vind het hoopgevend.

Herman Wesselink is als architectuurhistoricus en onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.