Worden er minder kerken gesloopt?

Begin dit jaar kwam het onheilspellende bericht dat voor honderden kerkgebouwen wellicht de slopershamer wacht omdat zij hun functie zullen verliezen en er door gebrek aan middelen weinig behoudsperspectief is. Schokkend en 'breaking news' denken velen.

Door Herman Wesselink

De media moeten ook op de eerste dag van het jaar met berichten komen die aandacht trekken. Een zekere hang naar sensatie ontbrak niet. Deze keer was de kerkgebouwenproblematiek (weer) aan de beurt.
Dit bericht was inderdaad opmerkelijk, omdat het eigenlijk een zoveelste herhaling van hetzelfde thema was. De ontkerkelijking gaat door, neemt zelfs verder toe en iedere keer horen we berichten dat er kerken dichtgaan. Vanaf de jaren ’60 al haalden berichten over kerksluiting en sloop geregeld de landelijke media. Eigenlijk is er dus niets nieuws ten opzichte van vijftig jaar geleden.
Kunsthistoricus Henk Rosenberg, bekend van de inventarisatie van 19e-eeuwse kerkgebouwen in 1972, kwam toen met de ietwat onzalige gedachte dat als de trend tot het slopen van 19e-eeuwse kerkgebouwen door zou zetten, binnen afzienbare tijd de neogotiek en neorenaissance zeldzamer zouden zijn dan de echte gotiek en renaissance. Zo ver is het nu in 2013 nog lang niet gekomen, althans nog niet.

Verkrotte woonbuurten
Ik heb het hier niet voor niets over 19e-eeuwse kerken, omdat die in de jaren ’60, ’70 en ’80 (kunsthistorisch gezien) het meest werden verguisd. Deze lagen vaak in stedelijke gebieden, verkrotte woonbuurten, waarin volop moest worden gesaneerd. De autochtone bevolking trok weg, waardoor het draagvlak voor instandhouding van de monumentale gebouwen wegviel. De meeste kerken stonden in die decennia ten onrechte niet op de monumentenlijst en van herbestemming was toen nog geen sprake. Ze verkeerden in slechte staat en geld voor restauratie was er niet.
Ook in de jaren voor en na de millenniumwisseling ging het proces van kerkverlating onverminderd door. Alleen vanaf toen delfden vooral 20e-eeuwse kerkgebouwen het onderspit, waarvan velen van na de oorlog.

Hip
De demografische ontwikkelingen laten een grillig verloop zien. Wat veertig jaar geleden verkrotte buurten waren, zijn nu hippe wijken geworden. Mensen willen nu juist in de steden wonen, waardoor de “markt” voor (her)gebruik en instandhouding van kerken daar redelijk stabiel lijkt. Nu is de situatie op het vergrijzende platteland zorgelijk. Als in kleine dorpen alle voorzieningen wegvallen, is er ook geen kerk meer. En ook geen draagvlak voor een nieuwe bestemming.
In 2008, tijdens het Jaar van het Religieus Erfgoed, bracht een onderzoekscommissie in opdracht van de bisdommen Haarlem en Rotterdam een rapport uit met gegevens over herbestemde en gesloopte kerken van de afgelopen decennia. Wat bleek? De kerkverlating steeg onverminderd verder, maar het aantal kerken dat herbestemd in plaats van gesloopt werd leek toe te nemen.
In dat jaar werd ook voorspeld dat er binnen tien jaar 1200 van de 4200 kerken in Nederland dicht moesten. Dat zou overeenkomen met een sluiting van twee kerken per week. Vier jaar later berichtten media dat er gemiddeld maar één kerk per week sloot in plaats van twee.
Afgelopen voorjaar kwam dagblad de Limburger eveneens met dergelijk onverwacht nieuws: de enorme golf aan kerksluitingen, die men in die provincie verwachtte, leek vooralsnog uitgebleven. Leek althans toen. Medewerkers van monumentenzorg bij de gemeente Roermond spraken van een stilte voor de storm. Het is een relatief dunbevolkte provincie met een zeer grote kerkgebouwendichtheid en een krimpende bevolking. Hetzelfde geldt voor Groningen en Friesland.

Minder sloop
Wanneer ik een overzicht met gesloopte kerken bekijk, lijkt dat aantal inderdaad te dalen. In de jaren ’70 en ’80 werden er veel meer gesloopt dan in het afgelopen decennium, er vanuit gaande dat de gegevens redelijk representatief zijn. Veruit de meeste gesloopte kerken stonden in de steden. In de veronderstelling dat de golf van transformatie en sloop circa een halve eeuw achterloopt op de wording van de gebouwde omgeving – hetzelfde geldt voor de (kunsthistorische) erkenning en waardering ervoor – zouden we moeten concluderen dat in dat opzicht de toekomst voor de meeste 19e-eeuwse kerken nu veilig lijkt. Ook al gaan er in de nabije toekomst nog een behoorlijk aantal dicht.
Overigens willen mensen nu graag in steden wonen, maar de vraag is of dat over dertig jaar nog zo is. Het platteland met rustieke kerkdorpen die misschien dan nog steeds door – vaak 19e-eeuwse – torenspitsen worden beheerst is misschien dan wel weer in trek bij jonge gezinnen, wat ook gebruik en instandhouding van de kerken aldaar ten goede kan komen.

Herman Wesselink is architectuurhistoricus en doet onderzoek naar religieus erfgoed

 

Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.