Probleem kerkenbehoud moeilijk oplosbaar maar hanteerbaar

Veel kerkelijke gemeentes zitten ermee in de maag, maar wiens probleem is het overschot aan kerkgebouwen precies? De historische waarde van een gebouw gaat ook de rest van de samenleving aan. Herman Wesselink meent dat kerksluiting niet op te lossen, maar wél te hanteren is.


De kerkenproblematiek is een issue dat ons blijft bezighouden. De laatste tijd volgen veel berichten in de media over de verdergaande ontkerkelijking en kerksluiting elkaar op. Berichten die bij menigeen tot somberheid stemmen.
De feiten en cijfers lijken elkaar steeds weer te corrigeren. Eind april berichtte het Sociaal en Cultureel Planbureau dat de wekelijkse kerkgang in Nederland verder is gedaald naar tien procent van de bevolking.
De Nederlandse bisschoppenconferentie liet onlangs weten dat er komend decennium circa duizend rooms-katholieke kerkgebouwen zullen sluiten. De Protestantse Kerk Nederland (PKN) verwacht enkele honderden gebouwen af te stoten. De kerkgebouwen die op de tocht staan, liggen door het hele land verspreid.
De kerkenleegstand is een vastgoedprobleem dat niet specifiek van deze tijd is, maar al decennialang loopt, demografische ontwikkelingen volgt en in geografisch opzicht verschillen toont. Maar specifiek probleem van deze tijd zijn de intensiteit en het tempo waarin het proces zich voltrekt. In één decennium sluiten meer kerken dan in de afgelopen halve eeuw.
En veel van die kerken liggen ook dicht bij elkaar: zo werd enkele weken geleden bekend dat er in oostelijk Zeeuws Vlaanderen volgend jaar maar liefst acht rooms-katholieke kerken tegelijk dichtgaan. Beeldbepalende gebouwen. Ze dateren allemaal uit de negentiende of het begin van de twintigste eeuw. De meeste hebben een hoge cultuurhistorische waarde. Ze staan in een krimpregio. Dit zijn belangrijke kenmerken van de kerkenproblematiek in de huidige tijd. 

Leegstand
Bij het zoeken naar oplossingen rijzen ingewikkelde vragen, bijvoorbeeld van wie het probleem feitelijk is. De roep om kerkenbehoud kan niet eenzijdig worden afgewenteld op de kerkgenootschappen, niet alleen omdat zij niet meer over voldoende financiële middelen beschikken, maar ook omdat cultuurbehoud niet expliciet hun missie is. Ondersteuning vanuit de samenleving is geboden.
Het verleden heeft geleerd dat de weg naar behoud van een (monumentale) kerk lang is en veel goede wil en geld vraagt. Overheden, kerkbesturen en lokale bevolking hebben elkaar hier en daar gevonden, maar van de betrokken partijen wordt verplaatsing in elkaars situatie en standpunten gevraagd.   
Een ander aspect van de huidige problematiek is dat de leegstand onder zowel monumentaal kerkelijk als ander vastgoed exuberante vormen aanneemt. Het aanbod van kerkelijk vastgoed is momenteel groter dan de vraag en neemt alleen maar toe. Gevolg is dat kerkgebouwen langer kunnen leegstaan met verval en mogelijk zelfs sloop als gevolg.
De Vereniging Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen (VBMK) pleit voor het in kaart brengen van de leegstand. Tijdig inzicht hebben in wat er per gemeente speelt op gebied van kerkenproblematiek kan bijdragen aan het maken van weloverwogen keuzes in de toekomst.  
Door de terugtrekkende en bezuinigende overheid zal in toenemende mate beroep worden gedaan op lokale initiatieven van burgers inzake (tijdelijk) gebruik van kerken. Overheden dienen nu vooral te faciliteren door soepel te zijn met regelgeving, procedures eenvoudiger en korter te maken en zo mogelijk bij te dragen met subsidies.  

Appartementen
Tenslotte is het van belang ons monumentale kerkenbestand (opnieuw) onder de loep te nemen. Welke kerken zijn echt van belang en kunnen voor de lange(re) termijn worden behouden? Wat is er nog over van de oorspronkelijke bestemming en het monumentale interieur? Hoe kunnen nieuwe functies aansluiten bij de integriteit van het gebouw? Hoe kunnen beeldbepalende kerkgebouwen op het platteland een functie blijven bieden aan lokale gemeenschappen?
Maatwerk moet oplossingen bieden inzake duurzaam behoud, hergebruik en herbestemming, zo meent ook de Tilburgse hoogleraar Cultuur in Brabant A.J. Bijsterveld. Een monumentaal zogenaamd Gesamtkunstwerk uit de negentiende eeuw verdient het bijvoorbeeld niet te worden volgebouwd met appartementen. Een bestemming met een maatschappelijk of sociaal karakter verdient de voorkeur bij kerken.
Er zullen wel alternatieve financieringsbronnen moeten worden gezocht doordat vormen van passend hergebruik vaak niet rendabel zijn en doordat de overheidssubsidies minder worden. Het is laveren tussen hoop en realiteit. Willen we kosten wat het kost alles behouden, dan blijft er uiteindelijk niets behouden. Zo is het probleem in feite niet oplosbaar, maar wel hanteerbaar. De oplosbaarheid zal alleen de toekomst ons leren.

Herman Wesselink is als architectuurhistoricus verbonden aan de Vrije Universiteit

Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.