Behoud Friese kerken vergt daadkrachtig beleid

In de komende tien jaar zullen honderd van de zevenhonderd monumentale Friese kerkgebouwen gesloopt worden of een nieuwe functie krijgen, waarschuwde de Stichting Alde Fryske Tsjerken onlangs. Columnist Herman Wesselink pleit voor creativiteit, welwillende onderhandelingen tussen overheid en kerkgenootschappen en de inzet van stichtingen en weldoeners om de waardevolste kerken toekomst te geven.

Door Herman Wesselink

Friesland kent de grootste kerkendichtheid van Europa. In totaal staan er in de provincie rond de zevenhonderd godshuizen, waarvan ongeveer de helft een eeuwenoude historie heeft. De kerken vertonen een veelheid aan bouwstijlen, variërend van romaans tot Amsterdamse School. De oudste kerken, die zich zo goed als allemaal in de kustregio bevinden, staan op een terp. Ze werden in de twaalfde en dertiende eeuw gebouwd toen langs de Friese kust een massale ontginning van het zeekleigebied plaatsvond. Het hoofdbestanddeel van de gebouwen is baksteen, maar sommige zijn uit tufsteen opgetrokken. Sinds de Reformatie zijn al deze middeleeuwse kerken door protestanten overgenomen.

In de zeventiende en achttiende eeuw waren het vooral de doopsgezinden die in Friesland neerstreken en een aantal nieuwe zogenoemde schuilkerken of vermaningen bouwden. Een tweede bouwgolf van Friese kerken vond in de negentiende eeuw plaats. Vanaf de Afscheiding van 1834 onstond een grote behoefte aan nieuwe kerkgebouwen. De bestaande middeleeuwse kerken bleven in handen van de Nederlands Hervormden.

De bouw van eigen kerkjes voor de afgescheidenen kwam maar moeizaam van de grond: in tegenstelling tot de hervormden moesten de afgescheidenen hun gebouwen uit eigen middelen financieren. Deze waren daarom klein, sober en vaak onopvallend. Vanaf 1853 ontstonden als gevolg van het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie ook nieuwe rooms-katholieke kerken. Die konden vanaf toen zonder overheidsbemoeienis worden gebouwd.

Vanaf de Doleantie van 1880 was er wederom behoefte aan nieuwe kerken, ditmaal voor de gemeenschappen van de 'kleine luyden'. Hun kerken verrezen niet alleen in de dorpen, maar ook in de steden die zich rond die tijd onder invloed van bevolkingstoename en industrialisatie uitbreidden. Vanaf toen kreeg de nieuwe gereformeerde kerkbouw een duidelijke eigen signatuur. De Nederlands Hervormden beschikten nog steeds over de middeleeuwse kerken en hadden dus minder behoefte aan nieuwe gebouwen. Maar soms bouwden ook zij een nieuwe kerk ter vervanging van een bouwvallige bestaande.

Aan het begin van de eenentwintigste eeuw gaat de ontkerkelijking ook aan Friesland niet voorbij, hoewel het Friese platteland nog jarenlang trouw leek te blijven aan de kerk. Dat de materiële gevolgen van de ontkerkelijking pas nu merkbaar worden, hangt samen met de vergrijzing en ontvolking van de provincie die zich vanaf nu daadwerkelijk voordoen.

In de komende jaren zullen circa honderd kerken in Friesland hun deuren sluiten. De meeste van de af te stoten kerken dateren van de negentiende en twintigste eeuw. Sinds het Samen op Weg-proces - het in 2004 voltooide fusieproces tussen hervormden, gereformeerden en lutheranen - beperkt het gebruik zich vaak tot de oudste, vaak nog uit de Middeleeuwen stammende dorpskerk.

Een aantal van de oudste kerken is in handen van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Het is de komende jaren zaak om waardevolle jongere kerken over te nemen en deze een functie te geven waaraan behoefte is. Ook de negentiende-eeuwse dorpskerkjes hebben vaak een schilderachtige ligging, worden soms nog door een kerkhof omgeven en hebben bovendien meestal een oudere inventaris. Deze zijn dus het behouden zeker waard.

De bevolkingskrimp vormt echter een reëel probleem. Maar uiteindelijk gaat het om het leefbaar houden van het Friese platteland. Herbestemming van leegstaande kerken kan daarbij als hulpmiddel dienen. Veel kerken liggen bovendien langs routes met bezienswaardigheden die toeristen kunnen trekken. Het is dus zaak om zowel in te spelen op de lokale behoeften die nog blijven bestaan als op de voorzieningen voor toeristen die van heinde en verre komen.

De uitdaging voor Friesland zit de komende tien jaar in een lange-termijnvisie. Creativiteit, welwillende onderhandelingen tussen de burgerlijke overheid en kerkgenootschappen en de inzet van stichtingen en weldoeners zijn geschikte middelen die de waardevolste kerken een toekomst kunnen geven die is afgestemd op de reëele behoefte van vandaag. 

Herman Wesselink is als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en schrijft met name over actuele zaken betreffende kerkgebouwen en religieus erfgoed.

(10 november 2010)



Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.