De kathedralen van de Doleantie

De ontkerkelijking van Nederland heeft heel tastbare gevolgen voor het monumentale gereformeerde erfgoed. Zo wordt momenteel een aantal kerkgebouwen van de befaamde architect Tjeerd Kuipers met de slopershamer bedreigd. Columnist Herman Wesselink doet een boekje open over een van de productiefste gereformeerde kerkenbouwers, de grote man achter de kathedralen van de Doleantie.

Door Herman Wesselink

Vanaf 1880 maakte de gereformeerde kerkbouw een belangrijke ontwikkeling door. Na de Doleantie onder invloed van Abraham Kuyper nam het aantal gelovigen van deze nieuwe, afgescheiden groep snel toe. Door de gelijktijdig toenemende verstedelijking ontstond behoefte aan nieuwe, grote kerkgebouwen.

Mede omdat nieuwe kerkgenootschappen vanaf 1848 zonder overheidsbemoeienis hun godshuizen mochten bouwen, kregen deze nieuwe kerkgebouwen van de dolerenden een duidelijke eigen signatuur. De eerste grote architect die voor de dolerenden bouwde, was Tjeerd Kuipers (1857-1942), die zich later ontwikkelde tot een van de belangrijkste en productiefste gereformeerde kerkenbouwers.

Berlage
Kuipers werd geboren in het Friese Gorredijk en groeide op in een timmermansfamilie. Zoals veel grote architecten leerde hij het vak op ambachtelijke wijze. Na zijn studie aan de HBS kwam hij bij belangrijke architecten te werken, onder andere bij Hendrik P. Berlage en de gebroeders Salm in Amsterdam. Onder hun invloed paste Kuipers een veelheid aan stijlen toe, variërend van renaissancistisch tot romaans, maar ook de vernieuwende invloed van Berlage is in zijn hele oeuvre zichtbaar.

De ruimtelijke en liturgische vernieuwing in zijn kerkbouw stond onder invloed van de opvattingen van Abraham Kuyper. Het nieuwe gereformeerde kerkgebouw van Tjeerd Kuipers werd de ruimtelijke vertaling van deze ideeën en een oorspronkelijke herschepping van de liturgische idealen van de gereformeerden in de zeventiende eeuw: de gemeenschap die zich schaart rondom het Woord.

De meeste van zijn circa vijftig kerkgebouwen staan om deze reden op een T-vormige plattegrond of zijn uitgevoerd als een zogenoemde centraalbouw. De kansel staat prominent in het midden en is, heel kenmerkend voor zijn werk, uitgevoerd in een schelpvormige nis. Vaak hebben deze kerkgebouwen allure: een monumentaal voorportaal, roosvensters en een hoge toren, alsof ze zich voordoen als een kathedraal; je zou ze als de kathedralen van de Doleantie kunnen zien.

Vingerwijzing
Volgens Kuyper moest een gereformeerd kerkgebouw er bescheiden uitzien, maar zich in elk geval wel onderscheiden van zijn omgeving. Daarbij mocht een toren als de vingerwijzing naar de hemel niet ontbreken. Zo werd Tjeerd Kuipers de eerste gereformeerde architect die zijn vele kerkgebouwen vrijwel allemaal van een toren voorzag.

Belangrijke kerken van Kuipers zijn de Gereformeerde Kerk in het Friese Heeg (1890) in neorenaissancestijl, de Wilhelminakerk in Dordrecht (1898), de Bergsingelkerk in Rotterdam (1914) en de Koepelkerk in Leeuwarden (1923). De kerken in Dordrecht en Leeuwarden zijn als centraalbouw uitgevoerd, met koepel, en duidelijk onder invloed van de architectonische vernieuwingen waarvoor Kuipers openstond. Veel van zijn kerkgebouwen zijn inmiddels verdwenen: verwoest in de oorlog of gesloopt. Daarnaast zijn enkele tot appartementen verbouwd, zoals zijn Zuiderkerk in Groningen (1901). Deze kerk staat mooi met de monumentale voorgevel in de straatwand, maar van het interieur, een prachtig voorbeeld van Kuypers opvattingen, is helaas niets meer over.

Bedreigd
Ook nu worden kerkgebouwen van Kuipers in hun voortbestaan bedreigd: zijn kerkjes in Halfweg en Ouderkerk aan de Amstel wacht de slopershamer en de Koepelkerk in Leeuwarden wordt gesloten. Onduidelijk is welke bestemming dit laatste gebouw in de toekomst krijgt. De maatschappelijke veranderingen laten dit monumentale gereformeerde erfgoed niet onberoerd.

Maar er zal ook een aantal van zijn kerken overblijven, nog voor de eredienst in gebruik of met een passende nieuwe functie. Het zoeken naar een nieuwe bestemming voor dit erfgoed blijft een uitdaging. De overgebleven kerkgebouwen van Tjeerd Kuipers zullen ons blijven herinneren aan de emancipatie van de ‘kleine luyden’ en de architectonische en stedenbouwkundige vertaling daarvan: volgens de opvattingen van sommige gereformeerden nogal uitbundig van vorm, maar waardig en verheven als de kathedralen van de Doleantie.

Herman Wesselink (1978) is architectuurhistoricus. Hij doet onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor protestant.nu schrijft hij over actuele zaken betreffende kerkgebouwen en religieus erfgoed.

(27 mei 2011)

Reacties
Schrijf als eerste een reactie!
(Log in om te kunnen reageren)
Log in met uw gegevens
Uw emailadres
Uw wachtwoord
Nog geen account?
Klik dan hier om te registreren.