A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Baal, Jan van

Gewijzigd op 23-07-2012 11:36 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Koloniaal bestuursambtenaar en antropoloog; antirevolutionair Tweede-Kamerlid (Scheveningen 25 november 1909 - Doorn 9 augustus 1992)

Een belangrijk deel van Jan van Baals jeugdjaren stonden in het teken van ziekte: astma. ‘In die jaren,’ schreef hij in zijn memoires, ‘was ik meestal een week ziek met heftige benauwdheid, een week beterend en een week gezond, waarna de ellende opnieuw begon.’ Tot zijn tiende jaar kon Jan vanwege ziekte weinig naar school, maar toch zag hij de hoofdonderwijzer dagelijks. Dat was namelijk zijn vader, hoofd van de Bethelschool in Scheveningen, een gereformeerde volksschool met overwegend visserskinderen.

Het was niet het milieu dat Van Baal zijn kinderen toedacht. In navolging van zijn oudere broer werd Jan van de volksschool gehaald en naar de voornamere hervormde lagere school gestuurd. Daarop volgden mulo en hbs, waarna Jan in 1926 indologie ging studeren in Leiden, ten einde bestuursambtenaar in Nederlands-Indië te worden. Reisverhalen en Multatuli’s Max Havelaar hadden zijn belangstelling voor deze exotische betrekking gewekt.

De studie indologie werd in 1934 besloten met promotie op het proefschrift Godsdienst en samenleving in Nederlandsch Zuid-Nieuw-Guinea. Hierin beschreef Van Baal de cultuur van de Marind-Anim, een papoeavolk dat berucht was om zijn grootschalige koppensneltochten bij omringende volken. Getooid met de doctorshoed ging Van Baal scheep naar Java waar hij tot aspirant-controleur was benoemd. Van Java ging het naar Madoera, vervolgens – in 1936 – naar Merauke, op Zuid-Nieuw-Guinea, Van Baals eerste zelfstandige bestuurspost. Twee jaar later werd hij weer naar Java gedirigeerd. Toen Japan de archipel in 1942 aanviel werkte Van Baal op Lombok. Hij werd geïnterneerd. Tijdens zijn gevangenschap werd hij ernstig ziek, maar hij doorstond het zware kampleven en kwam in 1946 behouden in Nederland aan.

Een jaar later keerde Van Baal terug naar de Oost. Standplaats was eerst Bali, vervolgens Lombok waar hij assistent-resident was. Hij raakte betrokken bij de opbouw van de deelstaat Oost-Indonesië, maar hield het voor gezien toen bleek dat dit neerkwam op versterking van het feodaal bestel. Begin 1950 was Van Baal weer terug in Nederland waar hij secretaris werd van de Indonesisch-Nederlandse commissie ter voorbereiding van de verdere besluitvorming over de status van Nieuw-Guinea. Nederland had het gebied eind 1949 buiten de soevereiniteitsoverdracht weten te houden, tot tevredenheid van Van Baal. Hij was ervan overtuigd dat de papoea’s van Soekarno’s Indonesië weinig goeds hadden te verwachten.

In 1951 werd Van Baal aangesteld als hoofd van het Kantoor voor Bevolkingszaken Nieuw-Guinea in Hollandia. Hij zette een onderzoeksprogramma op dat als basis van bevolkingsontwikkeling moest dienen. Wetenschapper en ontwikkelingswerker gingen hand in hand. Eind 1952 nam Van Baal voor de ARPplaats in de Tweede Kamer, maar als parlementariër bleek hem geen lang leven beschoren. Nog geen jaar later werd Van Baal benoemd tot gouverneur van Nieuw-Guinea en toog hij opnieuw naar de tropen. In 1958 trad hij terug en ging zich geheel aan de wetenschap wijden, als medewerker van het Koninklijk Instituut voor de Tropen en als bijzonder hoogleraar culturele antropologie aan de universiteiten van Amsterdam en Utrecht. In 1969 werd Van Baal gewoon hoogleraar in Utrecht. Vier jaar later nam hij ontslag, uit afkeer van het linkse activisme dat studenten en jonge stafmedewerkers in de greep had en zich via bestuursgremia in de sociale faculteit nestelde. Van Baal bleef overigens hoogleraar in de theologische faculteit van de Utrechtse rijksuniversiteit.

Van Baals passie voor culturele antropologie was vooral ingegeven door zijn fascinatie voor religie, een vraagstuk dat hij ook op zichzelf betrok. In woord en geschrift getuigde hij van zijn worsteling met het geloof, ook in daad trouwens. In 1958 zegde hij de gereformeerde kerken vaarwel en werd hervormd. Door Van Baals leven en werk loopt als rode draad de vraag van het geloofsmysterie, ‘door anderen God genoemd’. Hij was voortdurend op zoek naar de grenzen van de ratio, publicitair het laatst in Boodschap uit de stilte: mysterie en openbaring dat in 1985 verscheen, zeven jaar voor zijn dood.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 30 maart 2009

Verder lezen: J. van Baal, Ontglipt verleden. I: Tot 1947. Indisch bestuursambtenaar in vrede en oorlog (Franeker 1986); II: Leven in verandering, 1947-1958 (Franeker 1989)J.W. Schoorl, ‘In memoriam J. van Baal’, in: Bijdragen tot de land-, taal- en volkenkunde, jaargang 150, nummer 1 (1994)

Informatie op internet:''' Parlement & Politiek

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!