A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Bakhuizen van den Brink, Jan Nicolaas

Gewijzigd op 29-08-2012 14:23 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Kerkhistoricus (Joure 25 mei 1896 - Leiden 10 november 1987) Hij leefde er nog geen vier jaar in, maar personifieerde in heel zijn doen en laten de negentiende eeuw: een man van stand en afstand, gezag uitstralend, hoffelijk maar tegelijk vormelijk in de omgang; een ouderwetse regent van individualistisch-liberale snit, politiek de christelijk-historische richting toegedaan, kerkelijk behorend tot de ethische stroming in de hervormde kerk.

Jan Nicolaas Bakhuizen van den Brink werd op 25 mei 1896 geboren in Joure waar zijn vader predikant was. Zijn grootvader was de historicus en algemeen rijksarchivaris R.C. Bakhuizen van den Brink die als oprichter en redacteur van De Gids ook in de Nederlandse literatuur voetstappen achterliet. Kwam Jan Nicolaas’ liefde voor historie en archivalia bij zijn grootvader vandaan, zijn vader wekte zijn belangstelling voor theologie en liturgie.

Na in Utrecht, waar zijn vader was beroepen, het christelijk gymnasium te hebben doorlopen ging Bakhuizen in 1914 theologie studeren aan de Leidse universiteit. Hij behaalde het doctoraal in 1920 en werd predikant in het Drentse Nieuw-Dordrecht. Pastoraal werk werd gecombineerd met voortgezette studiezin, in 1923 resulterend in een dissertatie over de oud-christelijke monumenten van Efeze. In 1924 betrok Bakhuizen de pastorie van Winterswijk, vijf jaar later vertrok hij naar het Rotterdamse Kralingen. Inmiddels werd Bakhuizen, die de ene wetenschappelijke publicatie na de andere deed verschijnen, wijd en zijd als professorabel aangemerkt, maar een leerstoel liet op zich wachten. Uiteindelijk werd hij in 1934 in Leiden benoemd tot hoogleraar in de geschiedenis van het christendom en van de leerstellingen van de christelijke godsdienst. Herbezinning op het wezen en de functie van de kerk zou Bakhuizens wetenschappelijk fort worden, waarbij het tijdvak van de middeleeuwse kerkvaders zijn grote belangstelling had  De reformatie was volgens Bakhuizen uit historisch oogpunt te begrijpen, maar de scheuring van de moederkerk was theologisch gezien diep te betreuren.

Het hoogleraarschap damde de publicitaire stroom geenszins in. Bakhuizen leverde vele artikelen aan het Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis waarvan hij ruim veertig jaar redactielid en twintig jaar secretaris was. In 1940 publiceerde Bakhuizen een monumentale, kritische editie van De Nederlandsche belijdenisgeschriften. Twee jaar later verscheen het eerste deel van het Handboek der kerkgeschiedenis, een gezamenlijke onderneming met de Groningse kerkhistoricus J. Lindeboom. Het tweede deel was in 1943 gereed, maar publicatie moest tot na de bevrijding wachten. Uiteindelijk zou het  handboek, Bakhuizens levenswerk, vier delen gaan tellen.

De oorlogsjaren waren voor Bakhuizen geen glorietijd. Zijn houding was wijfelend, halfhartig. Dit bleek in het voorjaar van 1942 toen een groot aantal Leidse hoogleraren ontslag vroeg, uit protest tegen het wegsturen van staatsrechtgeleerde R. Kranenburg. Bakhuizen nam na twee maanden ook zijn congé, maar liet het departement weten dat zijn ontslag geen demonstratief karakter had en dat hij te allen tijde bereid was zijn werkzaamheden elders voort te zetten. Toen een benoeming uitbleef probeerde Bakhuizen de gevoerde briefwisseling in handen te krijgen, ten einde de sporen van zijn marchanderen uit te wissen. Een en ander kwam hem na de oorlog op een berisping wegens onwaardig gedrag te staan en verdreef hem een aantal jaren uit de voorste academische gelederen.

Werklust, kennis en organisatietalent bleven ongeschokt. In de jaren vijftig en zestig was Bakhuizen op kerkelijk-theologisch terrein een autoriteit waar niemand omheen kon. Hij was voortrekker van de liturgische vernieuwing in de hervormde kerk waarbij hij met graagte, over Calvijn heen, teruggreep op de vroeg-kerkelijke vaders. De liturgische vernieuwingsdrang hing overigens nauw samen met Bakhuizens activiteiten op het vlak van de kerkelijke bouwkunst. Voorts gaf hij de stoot tot het Nederlands Theologisch Tijdschrift en was hij hoofdredacteur van Kerk en Eredienst. In 1955 trad Bakhuizen toe tot de raad van de Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) waarvan hij vijf jaar later voorzitter werd. Het engagement dat kerk en geloof in de jaren zestig in de greep kreeg kon Bakhuizen niet bekoren. In 1971 behoorde hij tot de ondertekenaars van Het getuigenis, een protest tegen voze nieuwlichterij dat ook de handtekeningen droeg van onder meer Van Niftrik, Van Itterzon, Aalders en de weduwe van Van Ruler.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 1 april 2009

Verder lezen: G.H.M. Posthumus Meijes, ‘Levensbericht’, in: Jaarboek van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (1989), 120-125 ; J. van der Meij, ‘Jan Nicolaas Bakhuizen van den Brink’, in: R.B. ter Haar Romeny en Joh. Tromp (red.), Quisque suis viribus 1841-1991. 150 jaar theologie in dertien portretten (Leiden 1991), 178-190

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!