A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Biesheuvel, Barend Willem

Gewijzigd op 31-08-2012 12:27 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Antirevolutionair politicus, minister, premier (Haarlemmerliede 5 april 1920 - Haarlem 29 april 2001)

In 1852, meteen nadat de Haarlemmermeer was drooggelegd, trokken de Biesheuvels vanuit het Noord-Brabantse land van Heusden en Altena naar de nieuwe gronden in Hollands schoot. Van de Haarlemmermeerpolder verhuisden ze naar de aanpalende Houtrakpolder waar op 5 april 1920 Barend Willem werd geboren. Barend ging in 1926 naar de openbare lagere school in Spaarndam, een jaar later naar de christelijke lagere school van het Oranje-Nassau Instituut in Haarlem waar hij ook de Mulo volgde.

In 1936 ging Barend – groot bewonderaar van de antirevolutionaire premier Colijn, ook een boerenzoon uit de Haarlemmermeer – naar het christelijk lyceum in Haarlem. In 1940 deed hij eindexamen gymnasium waarna hij aan de Vrije Universiteit een studie rechten begon. Die werd drie jaar later, toen Biesheuvel weigerde de loyaliteitsverklaring te tekenen, onderbroken – tenminste, officieel. Clandestien behaalde Biesheuvel de nodige tentamens zodat hij in september 1945 zijn doctoraalexamen kon afleggen.

De jonge jurist werd, op voorspraak van zijn vader, secretaris van de provinciale voedselcommissaris. Twee jaar later, in 1947, werd Biesheuvel buitenlandsecretaris van de Stichting van de Landbouw, de voorloper van het Landbouwschap. In 1952 ging hij voor de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond werken, eerst als algemeen secretaris, later als voorzitter. De politiek trok ook, niet in het minst door toedoen van Biesheuvels vader die namens de ARP wethouder van Haarlemmerliede was geweest. De politieke carrière van zoon Barend nam hogere vlucht. Hij werd in 1956 Tweede-Kamerlid en kreeg in de antirevolutionaire fractie direct twee belangrijke portefeuilles toegeschoven: agrarische zaken en Europese aangelegenheden. Een jaar later werd Biesheuvel voor het staatssecretariaatsschap van Verkeer en Waterstaat benaderd, maar de boerenzoon bedankte. Weinigen twijfelden er overigens aan dat zijn tijd nog zou komen.

Na de verkiezingen van 1963 werd Biesheuvel minister van Landbouw en Visserij in het confessioneel-liberale kabinet-Marijnen. De portefeuille was hem op het lijf geschreven. Zowel in Den Haag als Brussel, waar vaak marathonvergaderingen nodig waren om tot een gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid te komen, bleek de pragmatische en doortastende Biesheuvel niet alleen fysiek (bijna twee meter lang) een bewindsman van formaat. Van meet af aan sprak en handelde hij met gezag, al kon hij niet altijd even goed omgaan met kritiek op zijn rechte koers. Prikkelbaarheid was soms het gevolg. In 1965 continueerde Biesheuvel zijn ministerschap (en vice-premierschap) in het links-confessionele kabinet-Cals/Vondeling, vervolgens – na de val in oktober 1966 – in het confessionele rompkabinet-Zijlstra dat ’s lands zaken tot de verkiezingen van maart 1967 moest behartigen. Dat Biesheuvel in een tijdsbestek van nog geen vier jaar zitting had genomen in drie kabinetten van uiteenlopende signatuur tekende zijn pragmatische inborst. Tegenstanders namen andere kwalificaties in de mond: Barend was ambitieus, opportunistisch, machtsbelust.

Met Biesheuvel als lijsttrekker won de ARP de verkiezingen van 1967. Hij werd formateur, maar zag zijn poging een confessioneel-liberaal kabinet samen te stellen mislukken. Niet hij, maar de katholiek Piet de Jong ging het beoogde kabinet leiden, tot grote frustratie van Biesheuvel die de ministersploeg als fractievoorzitter uitermate kritisch ging bejegenen. Vier jaar later, in 1971, stond hij dan eindelijk zelf als premier bij de koningin op het bordes, maar niet voor lang. Vanaf de eerste dag heerste binnen het kabinet onenigheid over het te voeren financieel-economisch beleid, met de beide ministers van DS ’70 in een hoofdrol.

In juli 1972, na een jaar, zag Biesheuvel zijn kabinet stranden, maar wanhopen deed hij allerminst. Toen de ARP vier maanden later, bij de vervroegde verkiezingen, een zetel won, zag hij een nieuw optreden als eerste minister in het verschiet liggen. Het liep totaal anders. In mei 1973 beëdigde de koningin een centrum-links kabinet onder leiding van PvdA-leider Joop den Uyl. Biesheuvel was ontgoocheld. Dat twee prominente antirevolutionairen, De Gaay Fortman en Boersma, in het kabinet zitting hadden genomen, onder goedkeuring van fractievoorzitter Aantjes, beschouwde hij als verraad. Persoonlijke verhoudingen waren voor jaren verstoord.

Biesheuvel, ‘de laatste der grote mannenbroeders’, keerde de politiek de rug toe; een Haags zoenoffer, in de vorm van het commissarisschap van de provincie Zeeland, wees hij van de hand. Biesheuvel werd actief in het bedrijfsleven. Hij bekleedde vele commissariaten (Unilever, Ogem, CSM, KLM). Eind jaren zeventig betrad hij het Haagse circuit weer, als voorzitter van een Koninkrijkswerkgroep die de relatie tussen Nederland en de Antillen onder de loep ging nemen. Ook werd Biesheuvel lid van het zogenaamde Comité van Wijzen dat de Europese Raad moest adviseren over het functioneren van de Europese Economische Gemeenschap. Een jaar voor zijn dood leidde Biesheuvel nog een adviescommissie over de Nederlandse relatie met Aruba.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 9 februari 2009

Verder lezen: J.-J. van den Berg, Deining. Koers en karakter van de ARP ter discussie 1956-1970 (Kampen 1999)

Informatie op internet: Instituut voor Nederlandse geschiedenis ; Parlement & Politiek

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!