A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Bosboom-Toussaint, Anna Louisa Geertruida

Gewijzigd op 31-08-2012 19:22 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Schrijfster (Alkmaar 16 september 1812 - Den Haag 13 april 1886)

De belangrijkste negentiende-eeuwse schrijver van historische romans was een vrouw: de Alkmaarse apothekersdochter Geertruida Toussaint. Haar ouders waren nazaten van hugenoten. Haar vader was belezen en bracht ‘Truitje’ liefde voor boeken bij. Met haar moeder, een Haarlemse die niet in het provinciaalse Alkmaar kon aarden, was de relatie minder goed. In 1820, toen Geertruida acht jaar oud was, liepen de spanningen zo hoog op dat ze in de kost werd gedaan in Harlingen, bij haar grootmoeder van vaderszijde.

In de Friese havenstad werd Geertruida’s literaire belangstelling verder gestimuleerd. Onder grootmoeders vleugels kreeg ze eerst suikerzoete zedenverhalen te lezen, maar later mocht ze zich wagen aan de historische romans van Walter Scott. Ook op school kwam Geertruida literair aan haar trekken. Ze kreeg les van romanschrijfster Froukje Herbig die haar wegwijs maakte in de Nederlandse en Europese literatuur.

Op haar zestiende keerde Geertruida terug naar haar ouderlijk huis in Alkmaar. Vijf jaar later, in 1833, behaalde ze de acte voor onderwijzeres en werd gouvernante bij de Hoornse familie De Bruyn Kops. De betrekking beviel haar slecht: ‘Ik miste alles, in één woord, wat kinderen imponeren moet.’ Ze laafde zich echter aan de culturele setting van de familie en trad toe tot de plaatselijke leeskring waarin ze kennismaakte met de moderne Franse literatuur: Racine, Voltaire, Hugo.

Begin 1835 ging Truitje opnieuw bij haar ouders in Alkmaar wonen. Ze begon romans vertalen, maar besloot na twee jaar, op aanraden van Herbigs uitgever Suringar, zelf te gaan schrijven. Dit leidde tot de novelle Almagro die was geïnspireerd op een episode uit Schillers Die Räuber. Een jaar later verscheen De graaf van Devonshire, een historische roman naar voorbeeld van Scott. Op aandringen van Potgieter verdiepte Toussaint zich vervolgens in Nederlands historie, wat in 1840 resulteerde in Het huis Lauernesse.

De roman speelt in de beginjaren van de reformatie en ademt de invoelende geest van het réveil. In het conflict tussen de jonkvrouw van het Utrechtse kasteel Lauernesse, die het katholieke geloof vaarwel heeft gezegd, en haar verloofde, een keizerlijke hopman die de nieuwe leer verwerpt, kiest de schrijfster geen partij. Ze zet zich af tegen de decadentie en praalzucht van de rooms-katholieke kerk, maar houdt ook het rabiate calvinisme op een afstand. De ware christelijke geest kenmerkt zich volgens haar door harmonie, verdraagzaamheid en praktische naastenliefde. Dit was het christendom uit het evangelie, aldus Toussaint, ‘het christendom zonder stelsel, het christendom dat slechts één Heer kent en verder alleen broeders.’

J.P. Hasebroek, predikant in Heiloo, had Toussaint met het réveil in aanraking gebracht, samen met zijn zuster, de schrijfster Elisabeth Hasebroek met wie hij samenwoonde. Truitje raakte niet alleen onder indruk van Hasebroeks doorleefde en verdraagzame geloofsopvatting; ze werd verliefd, maar de predikant beantwoordde haar gevoelens niet. In 1841 verloofde ze zich met Potgieters literaire kompaan Reinier Bakhuizen van den Brink, een verhouding die wegens diens losbandigheid tot mislukken was gedoemd. Uiteindelijk trouwde Truitje in 1851, 39 jaar oud, met de Haagse schilder Johannes Bosboom. Aan haar verdriet en frustratie over haar heilloze verloving met Bakhuizen van den Brink hebben we de negendelige romancyclus over de graaf van Leicester te danken, de gezant van koningin Elisabeth die eind 1585 door de opstandige Nederlandse gewesten tot landvoogd werd benoemd. De eerste drie delen verschenen in 1845, de tweede in 1850, de laatste in 1854, onder de titel Gideon Florensz, de predikant in wie Bosboom-Toussaint haar zachtmoedige, christelijke  levensideaal verbeeldde. Hij is de verdediger van een eenvoudig christendom, afkerig van dogma’s.

In de jaren zestig en zeventig publiceerde ze enkele contemporaine romans waarvan Majoor Frans, verschenen in 1874, de bekendste is. Het boek, dat handelt over een meisje dat als jongen wordt opgevoed, kreeg diverse vertalingen en werd in 1893, zes jaar na haar dood, tot toneelstuk bewerkt. In 1912, honderd jaar na haar geboorte, kreeg Geertruida Bosboom-Toussaint een borstbeeld aan de Alkmaarse Kennemerstraatweg.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 29 mei 2009

Verder lezen: H. Reeser, De jeugdjaren van Anna Louise Geertruida Toussaint. 1812-1851 (Haarlem 1962); De huwelijksjaren van A.L.G. Bosboom-Toussaint. 1851-1886 (Groningen 1985)

Informatie op internet:Biografisch Woordenboek van Nederland ; Regionaal archief Alkmaar

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!