A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Elout van Soeterwoude, Pieter Jacob

Gewijzigd op 23-07-2012 10:53 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Substituut-officier van justitie en antirevolutionair politicus (Den Haag 11 augustus 1805 - Den Haag 4 oktober 1893)

‘Plaats, Sire, onder zulk een wetsvoorstel uw koninklijke handtekening nooit.’ Aldus besloot Elout, voorzitter van de commissie die in drie maanden ruim driehonderdduizend handtekeningen had verzameld tegen de schoolwet-Kappeyne van de Coppello, op 3 augustus 1878 zijn emotionele toespraak tot Willem III.

De smeekbede kwam voor de koning niet uit onbekende mond. Elout was in 1830, tijdens de Belgische veldtocht, secretaris van zijn vader geweest. Willem III trad Elout daarom hoffelijk tegemoet en sprak zijn waardering uit voor de ‘wijsheid, gematigdheid en orde’ waarin het petionnement had plaatsgevonden. Dit sterkte de antirevolutionaire oudgediende in de overtuiging dat de vorst de schoolwet, die het bijzonder onderwijs de felbegeerde financiële steun onthield, niet zou fiatteren. Maar twee weken later plaatste Willem III toch zijn handtekening. Elout was diep geschokt.

Pieter Jacob Elout van Soeterwoude  kwam op 11 augustus 1805 ter wereld, samen met zijn zus Suzanna. Zijn vader, procureur-generaal bij het Hooggerechtshof, werd een jaar later staatsraad onder koning Lodewijk Napoleon. Een wandeling met de Franse koning in de Haarlemmerhout was een van Pieters eerste herinneringen. Toen Holland in 1810 bij Frankrijk werd ingelijfd en Lodewijk Napoleon het veld moest ruimen, werd zijn vader ambteloos burger. Na de Franse tijd stuurde koning Willem I hem als commissaris-generaal naar Indië. Later riep hij hem tot de ministerschappen van financiën, van nijverheid en koloniën en van marine.

De jonge Elout werd in 1817, twaalf jaar oud, naar een sjieke kostschool in Vaassen gestuurd. In 1822 schreef hij zich aan de Leidse universiteit in. De rechtenstudie was zijn doel, maar op aanraden van zijn vader wijdde Elout zich eerst twee jaar aan de letteren. Daarnaast volgde hij tweeënhalfjaar lang privaatlessen bij Bilderdijk. Ook kwam hij in contact met andere Reveilfiguren als Da Costa, De Clercq, Capadose en Groen van Prinsterer. Elout, die zonder veel godsdienst was opgevoed, ontwikkelde zich tot een diepgelovig man met een onwrikbare bijbelopvatting.

Na in 1828 zijn rechtenstudie met promotie te hebben bekroond, reisde Elout maandenlang door Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Italië. Terug in Nederland vestigde hij zich als advocaat, om in 1829 als commies bij de Raad van State aan de slag te gaan. Een jaar later trok Elout als officier van de stedelijke schutterij naar het zuiden om de Belgische opstand neer te slaan. Te velde werd hij secretaris van de prins van Oranje, bij wie hij enkele jaren later – vergeefs – protesteerde tegen de militaire maatregelen die de afgescheidenen troffen.

Tot 1838 combineerde Elout zijn functie bij de Raad van State met het substituut-officierschap van justitie bij de rechtbank van eerste aanleg in Den Haag. In 1838 werd hij rechter in de Haagse arrondissementsrechtbank, negen jaar later raadsheer in het provinciaal gerechtshof waarvan hij in 1863 vicepresident zou worden. Zijn toetreding, een jaar later, tot de Raad van State, waar hij in 1829 als commies was binnengekomen, zette de kroon op zijn juridische loopbaan. Een geambieerde benoeming in de Hoge Raad bleef uit. Buiten zijn ambt was Elout, in de geest van het Reveil, actief in de armoedebestrijding, door middel van diaconale hulp en particuliere liefdadigheid. Staatsbemoeienis was niet gewenst. In de ontwerp-armenwet die Elout in 1847 publiceerde was de rol van de overheid beperkt tot steun aan de diaconieën.

De politiek was niet Elouts grote liefde, maar de Schoolstrijd, waarin hij zij-aan-zij met Groen van Prinsterer streed, bracht hem in 1853 toch als vertegenwoordiger van de antirevolutionaire richting in de Tweede Kamer. Elout hield zijn zetel bezet tot 1862, om zeventien jaar later nog enkele maanden in de Kamer terug te keren. In 1886, tachtig jaar oud, werd Elout Eerste-Kamerlid. Een ministerspost sloeg de vrome en irenische jonkheer diverse keren af. Hiertoe ontbrak het hem – naar eigen zeggen – aan voldoende zelfvertrouwen. Anders dan Groen zag hij Kuyper niet als nieuwe politiek leider, hem manend zich tot het schrijven van politieke verhandelingen te beperken. Kansel ging boven kamerzetel. In 1886 koos Elout niet de kant van Kuypers dolerenden, maar schaarde hij zich aan christelijk-gereformeerde zijde, om zich vervolgens wel in te spannen voor de vereniging van beide groepen. Die kwam in 1892 tot stand, een jaar voor Elouts dood.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 19 augustus 2009

Verder lezen: B. de Gaay Fortman, ‘Jhr. Mr. Pieter Jacob Elout van Soeterwoude (1805-1893)’, in: B. de Gaay Fortman, Figuren uit het Réveil (Kampen 1980), 315-375

Informatie op internet: Parlement & Politiek

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!