A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Gennep, Frederik Onslow van

Gewijzigd op 03-09-2012 09:02 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Theoloog en ethicus (Alkmaar 22 november 1926 - Leiden 9 januari 1990)

Op zondag 19 juni 1966 preekte Van Gennep, die toen in Leidschendam stond, over Romeinen 8, vers 15: ‘Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen den Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader.’ Vijf dagen eerder, dinsdag 14 juni, hadden opstandige bouwvakkers het gebouw van De Telegraaf belegerd. Rokin en Damrak veranderden in een slagveld.

De gevechten waren voor Van Gennep, naast predikant ook wetenschappelijk medewerker in de theologische faculteit van de universiteit van Amsterdam, eens te meer het bewijs dat een samenleving zonder het Gezag van de Vader ten dode was opgeschreven. Dit was het uitgangspunt van zijn preek op die junizondag, en ook van een boek dat 23 jaar later verscheen en grote indruk maakte: De terugkeer van de verloren Vader.

Ted van Gennep werd geboren in Alkmaar, maar groeide op in Den Haag. Zijn vader, directeur van een handelsmaatschappij in vliegtuigonderdelen, was veel op zakenreis; zijn moeder had een zwakke gezondheid en kon niet goed voor hem zorgen. Van 1935 tot 1941 woonde Ted bij een kinderloos echtpaar in Oosterbeek: de remonstrantse predikant H. Cramer en diens echtgenote, de schrijfster D.A. Cramer-Schaap. Ze vormden hun pleegkind cultureel, vooral literair. Het reciteren van gedichten van Vondel en Schiller was het begin van een levenslange liefde voor de letteren. In de laatste oorlogsjaren, toen Ted weer in zijn ouderlijk huis in Den Haag woonde, las hij Tolstoj en vooral Dostojewski. In diens werk trof hem, schreef hij later, de ‘visie op de demonie van de goddelijke mens en de barmhartigheid van de menselijke God’. Eigenlijk was dit al de kiemcel voor De terugkeer van de verloren Vader, het thema van de mens die zich God waant en een duivel wordt.

In 1946 begon Van Gennep een studie theologie in Leiden, hiertoe geïnspireerd door de Haagse remonstrantse predikant J.C.A. Fetter bij wie hij in de hongerwinter catechisatie had gelopen. Na zijn kandidaatsexamen zette Van Gennep zijn studie voort aan de stedelijke universiteit van Amsterdam. E.L. Smelik, die praktische theologie doceerde, werd er zijn leermeester. Bij hem vond Van Gennep wat hij in Leiden had gemist: het gesprek met de maatschappij en de cultuur. Bij Smelik promoveerde hij in 1962 op het ethisch denken van de Franse schrijver Albert Camus, een studie waarvoor Van Gennep geruime tijd in Parijs verbleef. Na zijn promotie trok Van Gennep de pastorie in, maar bleef daarnaast parttime aan de Amsterdamse stedelijke universiteit verbonden. In 1969 werd hij rector van het hervormd seminarie in Doorn waar hij werd geconfronteerd met grote onvrede over een door zijn voorganger ingevoerd nieuw curriculum. Na moeizame beginjaren loodste Van Gennep, samen met mederector M.G.J. van der Velden, het seminarie naar rustiger vaarwater. In 1979, na tien jaar, nam Van Gennep in Doorn afscheid en werd kerkelijk hoogleraar praktische theologie in Leiden. Studenten droegen ‘professor Ted’ op handen. Eigenlijk was hij meer pastor dan theoreticus, het vooral als zijn taak ziend zijn studenten zelfvertrouwen te geven en liefde bij te brengen voor hun aanstaande werk in de gemeente.

In Leiden nam Van Gennep zijn al sinds 1966 levende voornemen een studie te publiceren over vaderschap en macht daadwerkelijk ter hand. De Verlichtingsideologieën: anarchisme, liberalisme, socialisme en ook feminisme – uiteindelijk hadden ze alle de bevrijding verloochend die ze de mensheid hadden voorgespiegeld. De mens stootte de ‘autoritaire’ God van zijn troon, nam er vervolgens zelf plaats, om vervolgens even autoritair over leven en dood van zijn medemens te beschikken. Felle discussies over en binnen het feminisme deden Van Gennep begin jaren tachtig besluiten zijn studie op sterk water te zetten. Maar in 1985 hervatte hij zijn werk, met als resultaat De terugkeer van de verloren Vader in 1989.

Eerder dat jaar had Van Gennep groot rumoer veroorzaakt door zich aan te sluiten bij de anglicaanse bisschop David Jenkins die de lichamelijke opstanding van Jezus loochende. Auschwitz had definitief aangetoond dat God niet fysiek in de wereld en de geschiedenis ingreep, meende Van Gennep. De godsverduistering was ook het grondthema van het boek dat een paar maanden later verscheen. Als de mens de Vader en zijn gezag afzweert, vergoddelijkt hij zichzelf en wordt een tiran. De verloren Vader die volgens Van Gennep moest terugkeren was geen autoritaire vader maar een bevrijder die in Christus van zijn liefde en barmharigheid getuigde. Het was hem niet meer gegeven het gesprek over ‘de idealen van de Verlichting’, dat hij met zijn boek op gang wilde brengen, bij te wonen. Op oudejaarsmorgen 1989 werd Van Gennep, die zich ondanks een erfelijke kwaal aan hart en bloedvaten niet wenste ontzien, door een hersenbloeding getroffen. Negen dagen later overleed hij.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 4 september 2009

Verder lezen: G.G. de Kruijf e.a., De gelijkenis van de verloren Vader. Beschouwingen over Van Genneps boek 'De terugkeer van de verloren Vader' (Nijkerk 1991) ; H.P. de Roest, ‘Geloofscommunicatie: controverse en gelijkenis. Hermeneutische methoden in het werk van F.O. van Gennep’, Kerk en Theologie 55/2 (2004) 126-151

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!