A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Groot, Jan Hendrik de

Gewijzigd op 18-09-2012 17:30 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Dichter (Alkmaar 13 maart 1901 - Zeist 1 december 1990)

‘Ik ben geboren en getogen in een harmonieus gezin uit het gereformeerd huis van cultureel verlichte ouders,’ schreef De Groot achterin Kaleidoscopisch, de in 1980 verschenen selectie uit zijn poëzie. Het geboortehuis stond in Alkmaar, ‘een stadje vol handel en nijverheid met een niet al te beste grond voor artistieke creativiteit.’ De Groot ging er naar de school met de bijbel, vervolgens naar de handelsschool waar de leraar Nederlands zijn literaire ambities stimuleerde. De Groot publiceerde zijn eerste gedicht in het schoolblad en debuteerde in 1924, inmiddels werkzaam bij de Rijkstelegrafie, in Opwaartsche Wegen.

In 1926 verscheen De Groots eerste bundel, Lentezon, die natuurlyrische gedichten bevatte. In hetzelfde jaar werd hij redactiesecretaris van het protestants-christelijke jongerentijdschrift Het korenland waaraan hij menig gedicht bijdroeg. Ook liet hij beginnende literatoren in het blad debuteren. De Groot was verwant aan de kring van jong-protestantse schrijvers en dichters rond Opwaartsche Wegen, maar stond er niet midden in. Daarvoor was de nagestreefde synthese tussen literatuur en christendom hem te eng, zijn maatschappelijk engagement te groot.

Van dit laatste getuigde De Groot in zijn bundel Vaart die verscheen in 1931, toen de mondiale economische crisis ook Nederland in de houdgreep had genomen. Het sonnet ‘De werkloozen’ was een treffende, aangrijpende weergave van het lege bestaan dat talloze arbeiders ten deel was gevallen. De angstaanjagende ontwikkelingen in Duitsland, waar Hitlers nazipartij begin 1933 aan de macht was gekomen, ontgingen De Groot evenmin. Zijn huis aan de Amsterdamse Achillesstraat was in 1935 het toevluchtsoord van een linkse Duitse schrijver en acteur die voor de Gestapo op de vlucht was. Diens verhalen over de onderdrukking en de terreur van de nazi’s schokten De Groot diep. Na de Reichskristallnacht van november 1938, toen synagogen in brand werden gestoken en joodse burgers naar concentratiekampen werden geranseld, publiceerde De Groot in Opwaartsche Wegen een felle aanklacht tegen Hitler. ‘Die zich god laat noemen, zijn eigen wens verhoort en als een duivel zit op elke jodenziel en zijn trawanten als beesten loslaat op hun goed en bloed.’

Inmiddels was De Groot bevriend geraakt met de dichter en schrijver Henk van Randwijk, die als onderwijzer in Amsterdam was komen werken. Van Randwijk betrok De Groot in 1941, een jaar na de Duitse inval, bij het verzetsblad Vrij Nederland. Ook waren de twee vrienden nauw betrokken bij de uitgave van het Nieuw Geuzenliedboek, een bundel van verzetsgedichten. Een deel van de oplage werd verspreid onder dekmantel van de Koninklijke Academie van Wetenschappen waar De Groot in 1937 assistent-bibliothecaris was geworden. Tweemaal werd hij gearresteerd, de eerste keer door verraad in Vrij Nederland, de tweede keer door een misverstand. Hij kwam weer vrij, maar arrestatie, gevangenschap en de dagelijkse spanning van het verzetswerk zouden De Groot zijn verdere leven tekenen.

Ook levensbeschouwelijk was de oorlog voor De Groot een breekpunt. Hij brak met zijn protestantse achtergrond, zonder er helemaal los van te komen, en koos voor het socialisme. Hij werd redacteur van Het Vrije Volk, maar het krantenbestaan beviel niet. De poëzie werd door ‘de jaloerse godin der journalistiek uit de aandacht verdrongen.’ Nadat De Groot in 1950 als perschef bij de Algemene Kunstzijde Unie in dienst was getreden, begon de dichtader weer te vloeien. Veel verzen waren fel van toon, gericht tegen ‘het vrome dichtzalven van de verschrikkingen die na de oorlog openbaar werden.’ Gedurende De Groots levensavond waren ook de ouderdom en de naderende dood belangrijke thema’s.

In 1988, twee jaar voor zijn dood, stelde De Groot, na lang aarzelen, zijn oorlogsherinneringen op schrift. Op de eennalaatste pagina schreef hij hoe hij en zijn vrouw in dag- en nachtmerries werden achtervolgd door de bezettingsjaren. ‘We werden geplaagde en verontruste zielen.’ Met behulp van een neuroloog konden ze de angstbeelden uit het zwarte verleden enigermate bezweren, maar ze verdwenen niet. ‘Ik kom nooit meer los van die periode die de twintigste eeuw tot zo’n verschrikkelijke heeft gemaakt,’ besloot De Groot zijn oorlogsherinneringen. Ze verschenen in 1989, onder de titel Het woord als wapenbroeder. Een jaar later overleed De Groot. Zijn dichtwerk is in vele talen verschenen, onder meer in het Engels, Duits en Zweeds.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 28 september 2009

Verder lezen: Gerard Mulder en Paul Koedijk, H.M. van Randwijk. Een biografie (Amsterdam 1988) ; Jan H. de Groot, Het woord als wapenbroeder. Verzetsherinneringen (Nijmegen 1989)

Informatie op internet: Digitale bibliotheek Nederlandse letteren

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!