A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Hartog, Arnold Hendrik de

Gewijzigd op 18-09-2012 17:20 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Predikant en hoogleraar (Rotterdam 11 april 1869 - Amsterdam 9 december 1938)

Eigenlijk viel hij overal buiten – als theoloog, als filosoof, als predikant. De Hartog had onmiskenbaar oorspronkelijke en geniale trekken, maar daarbij bleef het ook. Zijn denken bleef te speculatief, meer gevoelsmatig dan intellectueel, even briljant als brokkelig. Zijn grootste bekendheid genoot De Hartog als kanselredenaar: hartstochtelijk, meespelend en improviserend, met een geheel eigen woordkeuze en betoogtrant die in al zijn grilligheid soms tot ontsporingen leidde. ‘Eens, het was in de Amstelkerk,' ‘herinnerde NRC-Handelsbladcolumnist J.L. Heldring zich uit zijn tienerjaren, ‘raakte hij zo in vervoering dat hij uitriep dat iedere vrouw een hoer was.’

Ook De Hartogs vader was predikant, en een trouwe volgeling van Abraham Kuyper. De Hartog senior werd in 1882 hoogleraar nieuwtestamentische exegese en latijnse taal- en letterkunde aan de Vrije Universiteit. Zes jaar later volgde hij ‘Abraham de Geweldige’ ook in de Doleantie, hopend dat zijn zoon hetzelfde pad zou volgen en predikant in Kuypers gereformeerde kerken zou worden. Arnold (‘Nol’) had andere plannen. Hij wilde kunstschilder worden, wat zijn vader hem verbood. Hij werkte vervolgens enige tijd in een boekhandel, daarna op een effectenkantoor, vanwaar hij weer naar een andere betrekking vertrok. Fladderend van het ene baantje naar het andere kwam Arnold aan de kost, totdat in 1892 zijn moeder overleed en hij alsnog besloot te gaan studeren.

Na in 1895, op 26-jarige leeftijd, zijn gymnasiumdiploma te hebben behaald, ging De Hartog theologie studeren aan de Vrije Universiteit. Hij had er de speciale aandacht van Kuyper, die De Hartog na het overlijden van zijn vader, in 1896, een periode in huis nam. Kuyper had grote invloed op De Hartog, maar diens gereformeerde theologie was de aankomende predikant te eng en te gesloten. In 1898 verliet hij de Vrije Universiteit en zette zijn studie voort aan de rijksuniversiteit Utrecht, daarmee kiezend voor het predikantschap in de hervormde kerk. In 1903 rondde De Hartog de studie af, met promotie op Het probleem der wilsvrijheid naar Schopenhauer, en werd predikant in het Betuwse Ommeren. In 1906 vertrok hij naar Heemstede, vier jaar later, inmiddels vermaard om zijn gedreven en excentrieke manier van preken, naar het naburige Haarlem. De kerk zal altijd vol, ook in Amsterdam, waar De Hartog van 1917 tot 1931 stond.

Kansel en pastoraat bevredigden zijn ambities niet. De Hartog wilde hoogleraar worden. Gezegend met een grote werkkracht verscheen de ene studie na de andere waarin theologie en wijsbegeerte met elkaar werden verknoopt. De Duitse filosoof Eduard von Hartmann inspireerde De Hartog tot een synthetische en metafysische leer waarmee hij een brug wilde slaan tussen modernisme en orthodoxie. Ook was zijn denksysteem bedoeld als antwoord op het atheïsme van Multatuli en Domela Nieuwenhuis. Na een debat met laatstgenoemde, eind 1909, richtte De Hartog de vereniging ‘De Middaghoogte’ op, als tegenhanger van ‘De Dageraad’, de vereniging van vrijdenkers.

Het langverbeide hoogleraarschap werd uiteindelijk gerealiseerd in 1926, dankzij de A.H. de Hartog Stichting waarin zijn volgelingen zich hadden verenigd. Nadat De Hartog opnieuw door de hervormde synode was gepasseerd voor een professoraat in Utrecht riep de stichting er een bijzondere leerstoel apologetiek van het christendom in het leven die De Hartog in 1926 ging bezetten. Vijf jaar later bewerkstelligden zijn aanhangers dat hij tot gewoon hoogleraar wijsbegeerte en ethiek aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam werd benoemd. De Hartog beleefde zijn finest hour, maar zijn academische invloed zou beperkt blijven. Zijn colleges trokken slechts een handvol studenten en zijn theologisch-wijsgerig denken was te buitenissig (‘één grootsche ketterij,’ aldus Roessingh) om veld te winnen. Bovendien raakte hervormd Nederland in de ban van Karl Barth, wiens dialectische theologie haaks op De Hartogs denken stond. Dat werd door de Zwitserse theoloog als verderfelijke uiting van menselijke hoogmoed verworpen. God liet zich niet in theologische systemen dwingen.

Gebrek aan erkenning en leerlingen wierp een schaduw over De Hartogs laatste levensjaren. Hij voelde zich miskend en raakte verbitterd, wat in kerk en collegezaal tot felle uithalen leidde. Een langdurig ziekbed maakte het er allemaal niet gemakkelijker op, al werd dit lot manmoedig door De Hartog gedragen. Hij stierf in 1938. Als theoloog raakte hij daarna snel in de vergetelheid, maar als ‘vader van’ leefde hij voort. Zoon Jan werd een bekende schrijver. 

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 22 oktober 2009

Verder lezen: J.N. IJkel, Bibliografie van Dr. A.H. de Hartog (1869-1938), met een biografische schets door O.J. de Jong (Utrecht 1988) 

Informatie op internet: Biografisch Woordenboek van Nederland ; Digitale bibliotheek Nederlandse letteren

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!