A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Lindeboom, Gerrit Arie

Gewijzigd op 14-08-2013 11:32 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Gereformeerd arts, medisch-historicus en -ethicus (Bolnes 4 januari 1905 - Amsterdam 5 juni 1986)

‘Never a dull moment,’ zouden Britten over Lindeboom zeggen. Ruzies regen zich tijdens diens werkzame leven moeiteloos aaneen. Bezonken oordelen waren hem vreemd. Niet tot tien tellen en op de handen gaan zitten – nee, onmiddellijk naar de pen grijpen en de woede de vrije loop laten. Wie of wat niet binnen de betonnen boorden van Lindebooms calvinistische levensopvatting paste werd genadeloos onder het oordeel gesteld.

Lui was hij niet. Lindeboom grossierde in functies. Ook schreef hij een royale kast aan boeken en artikelen vol, met dezelfde vaart als waarmee hij conflicten aanging, want ook Lindebooms publicaties leden onder gebrek aan bezinking. ‘Al studerende schrijf ik en al schrijvende studeer ik,’ zei hij eens.

Gerrit Arie Lindebooms turbulente leven begon in het Zuid-Hollandse Bolnes waar hij in 1905 ter wereld kwam, als vierde kind in een gereformeerd gezin dat uiteindelijk elf kinderen zou tellen. Gerrits vader was predikant, evenals zijn grootvader, Lucas Lindeboom, die het tot hoogleraar van de Kamper Theologische School bracht en met wie Gerrit een hechte band kreeg. Zijn laatste twee gymnasiumjaren volgde hij in Kampen, inwonend bij zijn grootvader die binnen de gereformeerde gezindte als voortrekker van de geestelijke gezondheidszorg gold. Ook kleinzoon Gerrit kreeg belangstelling voor het medische bedrijf. In 1922 ging hij geneeskunde studeren aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam, maar hij volgde ook colleges aan de Vrije Universiteit die pas vanaf 1950 over een volwaardige medische faculteit zou beschikken.

Na voltooiing van zijn studie, in 1929, en na zich in diverse ziekenhuizen verder te hebben bekwaamd, vestigde Lindeboom, inmiddels ook gepromoveerd, zich in 1933 als internist-röntgenoloog in Amsterdam. Elf jaar later richtte hij er de Pieter van Foreestkliniek op, een privéziekenhuis. Het zou in 1962 wijken voor het gebouw van De Nederlandsche Bank, nadat Lindeboom zich twee jaar lang met hand en tand tegen de sloop van zijn kliniek had verzet. Ook de overname van het herbouwde ziekenhuis door de gemeente Amsterdam, in 1969, zou met een lange juridische strijd gepaard gaan. Bij Lindeboom geschiedde immers zelden iets zonder slag of stoot.

Lindeboom werd in 1950 tot hoogleraar in de prille medische faculteit van de Vrije Universiteit benoemd. Zijn intrederede handelde over ‘de ziel der geneeskunde’ waarmee Lindeboom zich stevig op het terrein van de psychosomatiek positioneerde. Was het lichaam ziek, dan haperde er ook iets aan de ziel, en de geest. Gezondheidszorg en geloofsleven waren volgens Lindeboom onlosmakelijk verbonden. Deze visie was omstreden, ook aan de Vrije Universiteit. Lindebooms voorstel, in 1954, om Paul Tournier, voorvechter van de religieuze psychotherapie, met een eredoctoraat te eren, vond geen genade.

Ook over personeelsbenoemingen botste Lindeboom met de bestuurscolleges van de VU. Even hooggekwalificeerde als recht in de gereformeerde leer zijnde medici waren dun gezaaid, terwijl de in opbouw zijnde medische faculteit om personeel zat te springen. Lindeboom wilde binnen de faculteit niettemin het calvinistische karakter onverkort handhaven, wat eind jaren vijftig tot een bestuurlijke crisis leidde. Ook tegenstellingen tussen de medische hoogleraren onderling verlamden de faculteit, doorgaans met Lindeboom als conflictueus middelpunt. Hoe geliefd hij bij zijn patiënten was, altijd en immer benadrukkend dat de zieke belangrijker was dan de ziekte, onder veel collega’s gold hij als een potentaat.

Gaandeweg de jaren zestig raakte Lindeboom ook slaags met de tijdgeest. De ene filippica na de andere spatte uit zijn pen: tegen de evangelisch-radicale koers van de ARP, tegen de emancipatie van de vrouw, tegen de democratisering van de universiteit, tegen openlijk beleden homoseksualiteit. In God en ezel haalde Lindeboom schrijver Gerard Reve over de hekel die in een literaire fantasie de liefde bedreef met God die de gedaante van een ezel had. Ook VU-theoloog Kuitert, die Reve niet te hard wilde vallen, werd door Lindeboom ongenadig de oren gewassen.

Na in 1975 met emeritaat te zijn gegaan stortte Lindeboom zich volledig op de geschiedschrijving van de geneeskunde, waarmee hij overigens rond 1960 al was begonnen. Met zijn studies over Hermanus Boerhaave, de Leidse geleerde die eind zeventiende, begin achttiende eeuw druk aan de geneeskundige weg timmerde, oogstte Lindeboom internationale waardering. Ook na zijn dood, in 1986, bleef hij de gemoederen bezighouden. De instelling door de VU van een bijzondere leerstoel voor medische ethiek, namens het Prof.dr. G.A. Lindeboominstituut, stuitte begin jaren negentig op grote weerstand. De medische faculteit wilde niet worden geassocieerd met de steil-gereformeerde opvattingen van het instituut en zijn naamgever.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 13 september 2010

Verder lezen: Leo van Bergen, ‘Gerrit Arie Lindeboom. Van primus inter pares tot omstreden figuur’, in: In de marge. Tijdschrift voor levensbeschouwing en wetenschap, jaargang 12 (2003), nummer 3, 2-10 ; S. Strijbos (red.), De medische ethiek in de branding. Een keuze uit het werk van Gerrit Arie Lindeboom (Amsterdam 1992)

Archieven: Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden) van de Vrije Universiteit

Informatie op internet: Biografisch Woordenboek van Nederland

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!