A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Rijnsdorp, Cornelis

Gewijzigd op 13-09-2012 16:16 by host Gecategoriseerd als Markante protestanten
Afbeelding
Kees Rijnsdorp was literator (Delfshaven 19 september 1894 - Rotterdam 12 februari 1982)

Hij groeide op in een slagersgezin, als jongste van zes kinderen. Toen hij acht jaar oud was viel zijn vader in een kelder en was sindsdien bedlegerig. De slagerij moest van de hand worden gedaan; later, toen Rijnsdorp op de Ulo zat, moest ook het huis worden verkocht.

In 1908, een paar maanden na het overlijden van zijn vader, werd Rijnsdorp naar kantoor gestuurd. Tussen 1910 en 1918 werkte hij als jongste bediende op een importzaak van steenkool. Omdat de beide patroons voortdurend op reis waren had Rijnsdorp het rijk vaak alleen. Het gaf hem de gelegenheid veel te lezen, onder meer in de bijbel, wat uitmondde in een geloofscrisis. ‘Niemand zorgde voor mijn ziel – vaderloos in een harde, zakelijke omgeving,’ vertelde Rijnsdorp later. ‘En al deze dingen werkten op elkaar in en brachten een soort crisis teweeg.’

Op bijna achttienjarige leeftijd bekeerde Rijnsdorp zich. ‘Van het ene ogenblik op het andere was mijn romantische Weltschmerz omgezet in de absolute zekerheid van de verlossing.’ Rijnsdorp zou zijn levenswende projecteren in de hoofdpersonage van zijn eerste en bekendste roman, Koningskinderen, die in 1930 verscheen.

De liefde voor de letteren ging samen met die voor de muziek. Op zestienjarige leeftijd ging Rijnsdorp op les: piano, harmonieleer, contrapunt, compositie en instrumentatie. Hij wilde componist worden, maar metterjaren groeide het inzicht dat de muziek een karig belegde boterham zou opleveren. Na in aanraking te zijn gekomen met het werk van de Tachtigers verlegde Rijnsdorp zijn aandacht naar de literatuur. Hij verslond romans en – vooral – gedichten, zonder dat zijn zelfstudie voor de kantoordiploma’s vreemde talen en boekhouden er onder leed. In 1922 debuteerde Rijnsdorp met verhalend proza in het christelijk-nationale tijdschrift De Spiegel, een jaar later met gedichten in Stemmen des tijds. In 1930 trad hij als romancier aan, vier jaar later verscheen Rijnsdorps eerste essaybundel, Ter Zijde.

Van 1937 tot 1942 schreef Rijnsdorp muziekrecensies voor De Standaard; van 1938 tot 1940 was hij redacteur van Opwaartsche Wegen. Na de bevrijding richtte hij met Piet Risseeuw en Dingeman van der Stoep Ontmoeting op, een letterkundig en algemeen-cultureel tijdschrift dat tot 1957 zou bestaan. Ook verschenen twee nieuwe essaybundels van Rijnsdorps hand en hield hij vele lezingen voor literaire en kerkelijke gezelschappen. Het maakte hem tot de chroniqueur van de protestantse letteren. Die overdag op het kantoor van de Nederlandse Handel-Maatschappij zat, niet tot zijn vreugde. ‘Ik voelde mij doodongelukkig,’ vertelde hij in 1969 aan George Puchinger. ‘Op weg naar huis, in de tram, had ik het er soms moeilijk mee en vroeg ik me af: moet dit zo blijven?’

De verlossing kwam in 1954 toen Rijnsdorp met vervroegd pensioen ging en zich volledig aan kunst en cultuur kon wijden. Hij werd literair medewerker van de Kwartetbladen en – na 1971 – van Trouw; hij maakte tal van cultuurhistorische programma’s voor de NCRV; hij doceerde kunstgeschiedenis en antropologie aan een academie voor lichamelijke opvoeding; hij werkte mee aan het Liedboek voor de kerken. En hij kreeg erkenning. In 1964 werd Rijnsdorp de kritiekprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde toegekend, een jaar later werd hij – pure autodidact – eredoctor van de Vrije Universiteit.

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig publiceerde Rijnsdorp een beschouwende trilogie waarin hij als literator rekenschap wilde geven van de veranderingen in de gereformeerde wereld, tegen de achtergrond van een mondiale cultuurcrisis. Tot aan zijn dood, in februari 1982, bleef Rijnsdorp productief. Zijn laatste Trouw-recensie schreef hij vanaf zijn sterfbed in het Rotterdamse Eudokiaziekenhuis. ‘Er is ergens een krachtbronnetje dat maar niet opdrogen wil en van religieuze aard is,’ had Rijnsdorp een jaar eerder aan Puchinger geschreven.

Auteur: Peter Bak, voor Protestant.nl, 9 december 2008

Verder lezen: G. Puchinger, ‘Dr. C. Rijnsdorp’, in: Christenen en kunst (Delft 1971) 151-218

Archieven: Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden) van de Vrije Universiteit

Informatie op internet: Trouw

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!