A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

RSS

Neoplatonisme

Gewijzigd op 29-08-2012 16:44 by host Gecategoriseerd als Filosofie
Afbeelding
Filosofisch religieuze stroming, ontstaan in de derde eeuw.

De stichter, Plotinus (205-270), zag zichzelf als een exegeet van de filosoof Plato en van de tradities die werden geassocieerd met de naam van Pythagoras. Plotinus ontwikkelde op basis van deze bronnen een mystiek wereldbeeld, waarin wordt beschreven hoe de menselijke zielkan opstijgen naar de Ene en zich kan verenigen met deze goddelijke oorsprong van al het zijnde. Tegenover de Ene staat onze materiële wereld, die wordt gekenmerkt door verscheidenheid. Hoewel de ziel volgens Plotinus uit de materie moet opstijgen naar een puur geestelijke werkelijkheid, verzette hij zich heftig tegen de opvattingen van de gnostici (zie gnostiek) die de materiële wereld volstrekt negatief afschilderden. Plotinus benadrukt juist de schoonheid en harmonie van de kosmos, die een afspiegeling is van de hogere wereld. Volgens Plotinus daalt slechts een deel van de ziel af naar het lichaam: de rest blijft eeuwig in de hogere intelligibele wereld. Zijn student Porphyrius (ca. 232-ca. 305) dacht hier anders over: de van origine onsterfelijke ziel daalt volgens hem volledig neer in de wereld, en wordt als gevolg daarvan sterfelijk. Door middel van bepaalde religieuze rituelen (theurgie) kan de ziel echter zichzelf en de materie transformeren en daardoor haar goddelijkheid en onsterfelijkheid herwinnen. Er is dus bij Porphyrius geen sprake van een ‘ontsnappen uit’ de aardse werkelijkheid, zoals bij de gnostici en tot op zekere hoogte zelfs nog bij Plotinus. Porphyrius’ leerling Iamblichus (ca. 240-ca. 325) legde eveneens sterke nadruk op het belang van dergelijke religieuze rituelen. Het neoplatonisme is door wetenschappers lange tijd gezien als een strikt filosofische stroming waarin Plotinus centraal stond; pas vrij recent is men gaan inzien dat Plotinus eerder uitzondering op de regel was, en dat de meeste neoplatonici groot belang toekenden aan theurgische rituelen waarin het ging om ervaringen van religieuze vervoering (extase) en niet primair om rationele filosofie. Theurgie richtte zich op het leggen van contact met de wereld van de goden, die tijdens de rituelen onder meer geacht werden hun intrek te nemen in godenbeelden; een dergelijke religieuze praktijk werd vanuit christelijk perspectief verworpen als afgoderij.

Niettemin heeft de neoplatonische filosofie een enorme invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van het christendom. Voor veel kerkvaders, onder wie Augustinus, leverde het een theoretisch begrippenkader voor het interpreteren van de christelijke boodschap. Een anonieme christelijke auteur die bekend is geworden als (Pseudo) Dionysius Areopagita ontwikkelde een uiterst invloedrijk mystiek theologisch systeem. Onder invloed van dergelijke auteurs werd het van origine niet-christelijke neoplatonisme tot een fundamentele dimensie van de christelijke theologie in de Middeleeuwen. Uiteindelijk werd het echter verdrongen door de invloed van een andere niet-christelijke filosoof, Aristoteles, wiens benadering fundamenteel werd voor de theologie van de scholastiek.

Vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw beleefde het neoplatonisme een wedergeboorte door het werk van de grote Renaissancefilosoof Marsilio Ficino (1433-1499), die de complete werken van Plato in het Latijn vertaalde en ze vanuit een neoplatonisch religieus perspectief interpreteerde. Een van de invloeden op Ficino’s denken was de Byzantijnse filosoof Giorgios Gemistos Plethon, die het christendom wilde vervangen door (neo)platonisme en de wereldbeschouwing van de ‘Chaldeese orakels’: theurgische literatuur uit de eerste eeuwen die door hem per abuis werd toegeschreven aan de Perzische wijze Zoroaster. Ficino en veel van zijn tijdgenoten geloofden in het bestaan van de zogeheten prisca theologia: al ver voor de geboorte van Christus waren de fundamentele christelijke waarheden voorzien door wijsheidsleraren onder de heidenen, zoals de Perzische Zoroaster, de Egyptische Hermes Trismegistus, en de Griek Plato. Al deze auteurs werden gelezen door de bril van het neoplatonisme.

Ficino’s neoplatonische christendom beleefde een grote populariteit tijdens de latere vijftiende en zestiende eeuw. In de loop van de zeventiende eeuw verloor het terrein onder invloed van de Reformatie en de opkomende wetenschappelijke revolutie, die beiden moeilijk verenigbaar waren met neoplatonische perspectieven.

Auteur: Wouter J. Hanegraaff uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)

Verder lezen: D.P. Walker, The Ancient Theology. Studies in Christian Platonism from the Fifteenth to the Eighteenth Century (Ithaca/New York 1972) ; James Hankins, Plato in the Italian Renaissance (Leiden 1991) ; Gregory Shaw & Cees Leijenhorst, ‘Neoplatonism I-III’, in: Wouter J. Hanegraaff (red.), Dictionary of Gnosis and Western Esotericism (Leiden 2005)

Thank you for evaluating SQLViewPro. If after your evaluation you wish to support great DotNetNuke software, please visit the store to purchase a membership. Use discount code 'TRIAL' at checkout for 10% off!